Aimable uit Burundi is nu vijf jaar in Haarlem, doet vrijwilligerswerk en is helemaal gewend. ’Ik zou zo examen kunnen doen want ik weet echt alles van Jip en Janneke’

Vijf jaar geleden kwam Aimable Nsabimana in een cel in de Koepelgevangenis. Die is nu een bouwplaats geworden.
© United Photos/Paul Vreeker
Haarlem

In september 2015 werd de Haarlemse Koepel noodlocatie voor vluchtelingen. In de avond van 15 september arriveerden de eerste bussen bij de Oostvest. Tientallen Haarlemmers stonden die avond klaar om de mannen en vrouwen te verwelkomen. Onder hen was raadslid Ziggy Klazes. Dat is deze maand vijf jaar geleden. Onlangs liep Ziggy een van de eerste bewoners weer tegen het lijf. Hij heet Aimable Nsabimana, was afkomstig uit Burundi en werd bewoner van cel 320 op de derde, de hoogste, ring. Klazes ontving Aimable in haar huis om terug te kijken op zijn verblijf in Nederland. Ze schreef daarover dit verhaal.

Aimable doet zijn naam eer aan. Hij is een rustige, vriendelijk ogende man van een jaar of veertig. Hoewel hij af en toe naar een woord moet zoeken is hij uitstekend in het Nederlands te volgen en begrijpt hij alles wat ik hem vraag.

Het enige moment dat hij twijfelt aan de betekenis van een woord is wanneer ik hem, halverwege het interview, vraag of hij zich gelijkwaardig voelt aan zijn Haarlemse ‘buddy’s, de mensen die vanaf het eerste moment klaarstonden om hem de weg te wijzen. Even kijkt hij mij niet begrijpend aan. “Kan je dat woord nog een keer herhalen?” vraagt hij en hij pakt een stuk papier en een pen uit zijn tas. Even later schrijft hij het op, in foutloos Nederlands, Gelijkwaardig.

In 2015 werkte Aimable, na een studie bedrijfskunde in Burundi, als administratief medewerker bij een katoenfabriek. Hij kwam in opstand tegen de frauduleuze herverkiezing van president Nkurunziza, een Hutu. Na de mislukte staatsgreep vluchtte hij naar Nederland. Hij wilde geen onderdeel uitmaken van de grote groep vluchtelingen uit zijn land die in België asiel zocht maar wilde zelfstandig een nieuwe toekomst opbouwen.

Koepel

Hij kan zich nog goed herinneren hoe hij zich voelde toen hij aankwam in Haarlem. Eerst was hij onder de indruk van de stad. Van het Spaarne, van de kerktorens, de historische gebouwen, maar toen hij aankwam bij de Koepel was hij vooral verbaasd.

Aankomst vluchtelingen in september 2015 bij de Haarlemse koepel gevangenis
© United Photos/Toussaint Kluiters

“Haarlem vond ik mooi, maar ik begreep niet wat de Koepel was” vertelt hij. ‘Ik was in verwarring over alles. Over de kennismaking met Nederland, over hoe ik de procedure inging en nu zat ik ook nog eens in een gevangenis. Ik heb de eerste paar weken niet veel anders gedaan dan nadenken, ik maakte me heel veel zorgen.”

Aimable gaat dan ‘de procedure’ in. Hij heeft gesprekken met de IND, levert documenten aan, krijgt een advocaat toegewezen en moet verschijnen op een rechtszitting in Den Haag.

“Toen ik asiel aanvroeg was er verwarring over mijn identiteit. Het IND geloofde niet dat ik was wie ik zei te zijn. Ik moest aantonen dat het identiteitsbewijs echt was, er volgde een onderzoek en uiteindelijk, na maanden, kreeg ik te horen dat allemaal in orde was en mijn procedure kon toen pas beginnen.”

Vertraging

Inmiddels was er wel vertraging ontstaan in het proces en de aanvraag van Aimable lijkt voortdurend onder op de stapel te blijven liggen. Vluchtelingen die na hem zijn aangekomen gaan sneller door de procedure heen en hebben allang uitsluitsel omtrent hun status terwijl Aimable nog steeds wacht, ook nu nog. En gezien de achterstanden bij het IND, de organisatie die het allemaal moet regelen, is een einddatum allerminst in zicht.

Na de eerste weken in betrekkelijke lethargie in zijn cel te hebben doorgebracht besluit Aimable uit zijn schulp te kruipen. Het ziet er naar uit dat hij voorlopig in Nederland zal blijven dus hij besluit taallessen te gaan volgen. Ook laat hij weten dat hij zich graag ook buiten de Koepel nuttig wil maken.

Al snel werkt hij op de Stadslandbouwakker van Bram Derkx in de Waarderpolder, zet zich in voor het Rode Kruis en doet vrijwilligerswerk voor het Seinwezen. Daarnaast doet hij werk voor het Pit Stop hotel en de speeltuinvereniging de Glasblazers.

Getuigschriften

Aimable haalt een stapel papieren uit zijn rugtas en legt ze voor me op tafel. Het zijn getuigschriften waaruit blijkt dat Aimable overal waar hij werkte enorm op prijs werd gesteld. Woorden als sympathiek, geïnteresseerd en hardwerkend komen in elk getuigschrift naar voren.

‘Daardoor heb ik Nederlands geleerd’ zegt hij “door de hele tijd Nederlands te moeten praten.” Hij sluit vriendschappen in Haarlem en kent de stad inmiddels goed omdat hij er lange wandelingen maakte.

‘Ik hou van Haarlem’ zegt hij en er breekt een brede lach door op zijn gezicht. “Het is hier zo mooi en het is rustiger dan in Amsterdam. De mensen zijn hier ook rustiger en aardiger. Ze zijn zo lief”.

Hij kan Haarlem inmiddels goed vergelijken met Amsterdam. Na zijn tijd in Haarlem ging hij naar weer een andere voormalige gevangenis: de Bijlmerbajes in Amsterdam, inmiddels ook ingericht voor de opvang van vluchtelingen. Daarna werd hij overgebracht naar het AZC aan de Willinklaan in Amsterdam. Daar woont hij nu nog.

Vrijwilliger

Ook in Amsterdam werkt hij als vrijwilliger. In het Street Art Museum in Amsterdam Nieuw-West verzorgt hij rondleidingen voor toeristen in het Frans, Engels en Nederlands. Ook regelt hij er de financiële administratie. De leiding van het museum is zo blij met hem dat ze hem graag een vaste baan willen aanbieden.

Maar omdat Aimable nog steeds geen verblijfstatus heeft kan hij nu nog nergens officieel werken en zijn eigen geld verdienen. Voor een baan in Nederland is ook een inburgeringsdiploma nodig. Aimable is al twee jaar geleden helemaal voorbereid op dat examen maar mag het pas doen wanneer hij hier officieel mag blijven.

“Ik zou het examen morgen kunnen maken”, zegt hij lachend “ik ben er ook helemaal klaar voor, ik weet alles van Jip en Janneke.”

Als ik hem vraag hoe zijn leven er over drie jaar uitziet zegt hij “Ik heb dan hopelijk een vaste baan, vrienden, een vrouw, kinderen. Ik hoop enorm op een huis in Haarlem. Hier voel ik me goed en gelukkig.”

Dan kijkt hij even op zijn blaadje en leest het woord dat hij eerder opschreef, lachend wijst hij op het woord en leest het hardop. ’Gelijkwaardig’.