Commissie noemt ontslag Haarlemse stadsdichter Insayno ’een gemiste kans’. ’De realiteit is dat hij nu is afgerekend op waar hij vandaan komt, niet op waar hij naartoe gaat’

Haarlem

De commissie die Darryl Osenga voordroeg als stadsdichter van Haarlem reageert op alle tumult rond zijn aanstelling en ontslag. In een open brief betreuren leden van de commissie dat de stad niet met deze dichter in zee heeft willen gaan. ’Het is een enorme gemiste kans’, schrijven ze.

De commissie selecteerde Osenga (artiestennaam Insayno) uit vijftig inzendingen. Het college van B en W stelde hem aan. Twee dagen later, op vrijdag 25 september, werd hij alweer uit het ambt gezet, nadat op sociale media oude berichten ’met gretigheid’ werden gedeeld.

„Met verbijstering hebben wij de ontwikkelingen vanaf de zijlijn bezien in de hoop dat Darryl Danchelo Osenga na afloop van de storm nog steeds stadsdichter zou zijn. Helaas liep het anders.”

De storm, waaraan de opstellers refereren, betreffen vroegere tweets waarin hij vergelijkingen trok tussen de Holocaust en het slavernijverleden van Nederland. Voor de inhoud daarvan betuigde Osenga diepe spijt. Toen veel media die tweets boven water haalden waren de rapen gaar. Het gemeentebestuur kwam op de aanstelling terug met de verklaring dat „Osenga’s teksten haaks staan op de waarden waar Haarlem voor staat.”

Insayno komt uit een milieu dat zich afzet tegen de gevestigde orde. Dat vond de commissie aantrekkelijk. Ook omdat een stadsdichter, het staat in de taakstelling, ’moet verbinden’ zagen ze daarin een kans door Osenga voor te dragen en via hem ook met zijn achterban de dialoog aan te gaan. „Het is goed als we gesprekken voeren. Als we niet over Holocaust en slavernij met elkaar praten, dan verklaar je ze allebei tot taboe, dan is de communicatie erover helemaal dood”, aldus de verklaring.

Door zijn stem niet te laten horen loopt de stad een kans mis om verbinding te maken met mensen die zich van de gevestigde orde hebben afgekeerd. „Hij (de dichter, red.) keert zich niet af van de maatschappij maar het lijkt erop dat een deel van de maatschappij zich afkeert van hem. De realiteit is dat hij nu is afgerekend op waar hij vandaan komt, niet op waar hij naartoe gaat. Dat is een enorme gemiste kans.”

Donderdagavond vergadert de gemeenteraad in een extra vergadering over de benoeming en het ontslag van Insayno. Enkele oppositiepartijen zijn verontwaardigd over de aanstelling vanwege het verleden van de dichter. Ze willen tot in detail weten hoe het bestuur hem, gezien zijn vroegere publicaties, meende te kunnen aanstellen.

„Wij betreuren het dat wij Osenga niet als stadsdichter zullen zien, en hopen hem terug te zien op andere podia: in de Bibliotheek, in de culturele sector, op scholen, en bij bedrijven. Want er is genoeg te bespreken, en er valt nog een hoop te luisteren”, zo besluit de brief.

De hele tekst van de brief staat hieronder.

Op woensdag 23 september maakte de Gemeente Haarlem bekend dat Darryl Danchelo Osenga was aangesteld als stadsdichter voor de komende twee jaar. Twee dagen later, op vrijdag 25 september, werd hij alweer uit het ambt ontzet, nadat op sociale media oude berichten met gretigheid werden gedeeld.

Met verbijstering hebben wij de ontwikkelingen vanaf de zijlijn bezien in de hoop dat Darryl Danchelo Osenga (artiestennaam Insayno) na afloop van de storm nog steeds stadsdichter zou zijn. Helaas liep het anders.

De redenen die het gemeentebestuur aanvoerde, voelen niet onredelijk: Osenga’s teksten staan haaks op de waarden waar Haarlem voor staat, en de controverse zou een geloofwaardige invulling van het stadsdichterschap onmogelijk maken.

We begrijpen vanzelfsprekend de schok die het lezen van bepaalde teksten van Osenga heeft opgeroepen. Het zijn heftige uitspraken die doen denken aan nieuwsberichten over vandalisme tijdens de dodenherdenking, berichten die de vraag oproepen: hoe is het mogelijk dat je zo weinig respect kunt opbrengen voor iets wat zo’n essentieel onderdeel van onze geschiedenis is?

Als het goed is, stel je daarna de vragen: hoe kunnen we deze vandalen bereiken? Onttrekken zij zich werkelijk aan de maatschappij? Zoals de Haarlemse stadsdominee Tom de Haan meldde: ‘Het is goed als we gesprekken voeren. Als we niet over Holocaust en slavernij met elkaar praten, dan verklaar je ze allebei tot taboe, dan is de communicatie erover helemaal dood.’

We zijn een paar jaar verder. Osenga heeft ondubbelzinnig afstand genomen van de bewuste teksten. Maar hij erkent wel dat ze staan voor waar hij vandaan kwam. Hij ontkent niet, maar blijft communiceren, geeft context, licht toe waar teksten vandaan kwamen en ontwikkelt zich. Een ontwikkeling die hij met het publiek had kunnen delen, maar de mogelijkheid om van hem te leren, is nu verdwenen.

Darryl Danchelo Osenga wilde stadsdichter worden. Hij wil verbinden, schrijft over Schalkwijk én het Spaarne, hoort bij Coster én is crossover. Hij keert zich niet af van de maatschappij maar het lijkt erop dat een deel van de maatschappij zich afkeert van hem.

Iedereen die zich druk maakt om (jonge) mensen die buiten onze maatschappij vallen, zou geïnteresseerd moeten zijn in hoe Osenga het stadsdichterschap zou gaan invullen. De realiteit is echter, dat hij nu is afgerekend op waar hij vandaan komt, niet op waar hij naartoe gaat. Dat is een enorme gemiste kans.

Burgemeester Jos Wienen van Haarlem zei eerder tegen het Haarlems Dagblad: ‘Ik zou het heel naar vinden als hij [Osenga] voor zijn leven getekend zou worden.’ We onderschrijven dat volkomen. Wij betreuren het dat wij Osenga niet als stadsdichter zullen zien, en hopen hem terug te zien op andere podia: in de Bibliotheek, in de culturele sector, op scholen, en bij bedrijven. Want er is genoeg te bespreken, en er valt nog een hoop te luisteren.

Asis Aynan, Joshua Baumgarten, Jaap Lampe, Bertram Mourits, en Joni Zwart (leden van de commissie die Darryl Danchelo Osenga voordroeg voor het stadsdichterschap)

Noot van de redactie: de commissie bestond uit acht leden. Drie hebben niet ondertekend omdat ze het niet tot hun taak rekenen zich verder in de maatschappelijke discussie te roeren.