Coronabeleid redt niet alleen bejaarden, zonder maatregelen was onze zorg al lang piepend en krakend tot stilstand gekomen | commentaar

Tienduizend coronadoden. De trieste tol van de eerste besmettingsgolf in Nederland komt om en nabij dat dodental uit, zegt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Opvallend is de gemiddelde leeftijd van de slachtoffers. Rond de tachtig jaar. Mannen iets jonger, vrouwen iets ouder.

Voor veel mensen klinkt dat als een respectabele leeftijd. En in het publieke debat worden de cijfers daarom ook al aangegrepen om aan te tonen dat het coronabeleid in dit land vooral bedoeld is om mensen van vergevorderde leeftijd te beschermen. En dat wordt bedoeld als een verwijt. Alsof je als tachtigplusser geen recht op een beschermende overheid zou hebben.

Het is een kortzichtige redenering. Zonder lockdown was onze zorg ergens in mei piepend en krakend tot stilstand gekomen. Aannemende dat niemand oude mensen met een aandoening aan hun lot had willen overlaten. Evenzogoed kwam de reguliere zorg door de hausse aan besmette patiënten ernstig in het gedrang. Hierdoor moesten mensen met andere ernstige ziekten langer wachten op een behandeling. En die mensen zijn natuurlijk lang niet allemaal op leeftijd. Maar ook het virus zelf laat jongeren niet ongemoeid. Inmiddels is duidelijk dat mensen die de ziekte overleefd hebben te kampen hebben met soms forse naweeën. De impact van COVID-19 doet zich veel breder voelen dan in de oudste kringen van dit land.

Debat is goed, maar laten we intussen het beleid er niet door laten ondermijnen. De aanpak van een virus staat of valt bij de bereidheid iets te doen of laten voor een ander. Ongeacht diens leeftijd. En daar is helemaal niets mis mee.