Uit de Tijd: Heldenrol van communistische Levie Peper

Levie Peper werd 59 jaar.
© Archieffoto
1/2

Op 25 november 1930 werd in de Haarlemse gemeenteraad een door de communist Levie Peper ingediend voorstel behandeld om de werkloosheidssteun te verhogen.

Om die eis kracht bij te zetten trokken werklozen naar het Prinsenhof waar de gemeenteraad vergaderde.

Zij lieten luidkeels van zich horen, waarop de politie het bevel gaf zich te verspreiden. Toen de demonstranten dat negeerden, volgden charges waarbij rake klappen vielen en mensen door honden werden gebeten. Iemand die zich daarover op het politiebureau in de Smedestraat beklaagde, belandde zelfs in de cel.

’s Avonds was het onrustig in de stad. Toen de politie een dronkenlap arresteerde, ontstond op de Grote Markt een vechtpartij waarbij een agent gewond raakte. Daarop werd bevel gegeven het plein te ontruimen. Opnieuw volgden charges en werden politiehonden aan lange lijnen op de menigte afgestuurd.

Veel mensen werden gebeten. De politie werd met uit de Damstraat gebroken stenen bekogeld. De politiecommissaris meldde na afloop stellig dat de rellen door Amsterdamse communisten waren georganiseerd. Haarlemse communisten konden het volgens hem niet zijn.

De enige bekende Haarlemse communist was raadslid Peper, een vriendelijke, ironische man, in deze krant vergoelijkend ‘Onze Communist’ genoemd. Peper, die zichzelf omschreef als een eenvoudige bakkersknecht - ‘en niet eens zo’n bijzonder goede’ - zat vanaf 1919 in de raad. De krant vergeleek zijn optreden daar eens met dat van ‘een blijspelacteur die een zware rol in een melodrama moet spelen.’

Eind 1930 verzochten vakverenigingen de gemeente de werkloosheidsuitkeringen te verhogen. Al in 1929 had het communistische Werkloozen-Agitatie-Komité met een tocht door de stad een extra toelage geëist. Eind 1930, toen de relletjes uitbraken, steeg het aantal Haarlemse werklozen snel van 1500 naar nog veel meer.

Werkloosheid betekende armoede zoals onze samenleving nu niet meer kent. Werklozen gingen niet dood van de honger, maar dat de kinderen op wasdag niet naar school konden omdat hun enige onderbroekje in het sop moest, was heel normaal.

Niettemin beloofde B&W zuinigjes dat het individuele gevallen nog eens zou bekijken. Geen wonder dat de communistische eis tot verhoging van de uitkeringen in de raad steun kreeg van de straat. Veel resultaat hadden de demonstraties overigens niet. Begin 1931 waren er nog wat relletjes, maar daarna sleepten ook de Haarlemse werklozen zich moedeloos de crisis door.

De heldenrol van de uit een Joods-Amsterdams gezin stammende Peper leek daarmee uitgespeeld. De oorlog veranderde dat. Hij hielp in de jaren dertig vluchtelingen, en raakte later betrokken bij het verzet en de verspreiding van illegale bladen.

In juni 1941 werd hij gearresteerd en overleed in 1942 op 59-jarige leeftijd in concentratiekamp Neuengamme.

Op 8 mei 1945, drie dagen na de bevrijding, besloot B&W dat een straat in de buurt waar hij had gewoond de Peperstraat moest gaan heten. Zijn in Hamburg aangetroffen urn werd herbegraven op de Eerebegraafplaats.

Op zijn graf staat de tekst: ‘Je lichtend voorbeeld was maats en volk ten zegen.’