De moord op de NSB’er in het Haarlemse Ramplaankwartier

De moord op de NSB’er in het Haarlemse Ramplaankwartier
De Haarlemse WA tijdens een triomfmars.
© Archief
Haarlem

Een van de navrantste zaken die in de Tweede Wereldoorlog in Haarlem hebben gespeeld, is de moord in het Ramplaankwartier. Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel hierover uit de krant van 2010.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

In een vlaag van woede steekt Jan Kievit op 27 november 1942 in het Ramplaankwartier in Haarlem de Duitse vrouw van een onbetekenend NSB’ertje dood.

Zou hij door de Nederlandse justitie zijn berecht, dan was hij er waarschijnlijk vanaf gekomen met doodslag. Maar de Duitsers namen onder druk van de NSB de berechting over en fusilleerden hem op de Waalsdorpervlakte.

Wijkagent Van der Zande hoort op die avond van de 27ste november kindergehuil en geschreeuw uit een huisje in de Noorder Tuindorplaan komen. Het gaat om de woning van Cor van der R., een postbode die lid is van de NSB.

Het licht is aan en Van der Zande denkt eerst dat de man ruzie heeft met zijn vrouw, een Duitse. Maar hij vertrouwt het zaakje niet en gaat naar de vader van de postbode, die in dezelfde wijk woont. Deze kan met een sleutel naar binnen en treft daar zijn schoondochter aan, badend in het bloed.

Het is donker in de woning; kennelijk heeft de dader bij zijn vertrek het licht uitgedaan. De in allerijl gealarmeerde politie ziet in de woning, waar nog wat verstelgoed onder de naaimachine ligt, het lijk van de vrouw. De jumper die ze draagt is iets naar boven geschoven, evenals de rok. Haar hoofd ligt tegen de poot van een tafel, haar benen zijn ietwat gespreid. In het halletje vinden ze een tramabonnement.

De moord op de NSB’er in het Haarlemse Ramplaankwartier
Jan Kievit.
© Archief

Het staat op naam van Jan Kievit, een negentienjarige student van de Kweekschool voor Machinisten. De jongen, die in de buurt woont, wordt ogenblikkelijk van zijn bed gelicht. Hij is volkomen gebroken en loopt met de politie mee 'als een terechtgestelde met zijn beul'. Hij bekent al snel. Over de misdaad zegt hij: 'Ik was geheel buiten mezelf van woede'.

Jan heeft zich samen met een kameraad in het begin van de oorlog aangemeld voor een opleiding bij de Waffen-SS, naar eigen zeggen om daar piloot te worden en met het toestel naar Engeland te ontkomen.

Hij krijgt een opleiding in het SS-Ausbildungslager Sennheim, maar wanneer hij in de gaten heeft dat hij gewoon als infanterist zal worden ingezet, schrijft hij een brief aan zijn ouders die hem uit het opleidingskamp weten te krijgen omdat hij nog minderjarig is. Hij praat nooit meer over die tijd, heeft het soms alleen nog over 'de heerlijke natuur in de Ostmark'. De jongen is een fervente bewonderaar van Koningin Wilhelmina.

Hij wil om wat voor reden dan ook op die avond aan zijn overbuurman, de NSB’er Cor van der R., gaan vertellen dat die zijn NSB-lidmaatschap moet opgeven. De man zit echter bij een vergadering van de NSB in Café Brinkmann en als Jan aanklopt doet zijn Duitse vrouw open.

Wanneer Jan te kennen geeft waarvoor hij is gekomen, werpt ze hem voor de voeten dat hij bij de SS is geweest en dat hij zijn kameraden daar in de steek heeft gelaten. Dat is volgens haar net zo goed landverraad.

Daarop ontsteekt de jongen in woede. Hij grijpt de vrouw, die vier maanden zwanger is, vast en eist dat ze haar woorden terugneemt. Er ontstaat een worsteling waarbij de twee ten val komen. Om haar het schreeuwen te beletten, slaat Jan zijn handen om haar keel, haalt zijn zakmes tevoorschijn en steekt verschillende malen toe.

Met zijn ogen dicht, zo zegt hij later tegen de politie. Daarna neemt hij wat geld en bonnen weg om de misdaad op een roofmoord te doen lijken. Voordat hij weggaat, gaat hij nog even naar boven om de huilende kinderen gerust te stellen. Daarbij laat hij wat bloed achter op het hoofdkussen van een van de kinderen.

Na zijn daad gooit hij zijn mes in een vijver. Tijdens die tocht komt het gezicht van de vrouw hem telkens weer voor de geest. Thuisgekomen doet hij tegen zijn vader en moeder of er niets aan de hand is en stopt het gestolen geld in de hoes van een grammofoonplaat. Zijn zus, zo schrijft ze naderhand in haar dagboek, ziet een witte draad aan zijn jas hangen en vraagt zich af of hij misschien een afspraakje heeft gehad met een naaister.

De moord op de NSB’er in het Haarlemse Ramplaankwartier
WA-leider Nederkoorn condoleert de man van het slachtoffer.
© Archief

De Haarlemse NSB is in alle staten. Ze karakteriseren het drama als een 'politieke moord'. Vooral Arie van der R., de zwager van het slachtoffer, is fanatiek. Er is een aantal mensen in de buurt dat fel gekant is tegen de NSB en hij zal als WA-man die 'hetzers' wel eens even een lesje leren.

Ze hebben het huis van de vrouw en zijn broer al eens met tomaten bekogeld en dreigbrieven gestuurd met teksten als: 'Cor, wees voorzichtig, want de bijl staat geslepen en het koord van de strop ligt klaar.' Arie schreeuwt op straat: 'Moordenaars!' en zweert dat Tuindorp hiervoor zal boeten.

Wijkagent Van der Zande wordt ervan beschuldigd dat hij 'twee jaar lang terreur heeft toegelaten in de wijk, net zolang tot daar de vrouw van een partijgenoot was vermoord.'

Op 1 december 1942 schrijft de WA-man een brief aan Willy Lages (de beruchte SD-leider in Noord- Holland), waarin hij meldt: 'Wanneer wordt er eindelijk eens stelling genomen tegen de sadistische laaghartigheid van dat gepeupel dat zich vergrijpt aan een aanstaande moeder?'

Hij weet te bereiken dat het Duitse Obergericht de zaak overneemt van de Nederlandse justitie. Kriminalsekretär Hermann Neumeyer krijgt van Lages de opdracht de zaak te onderzoeken.

Hij doet dat grondig, denkt ook nog even aan ontoerekingsvatbaarheid van de dader, in wiens familie geestelijke problemen voorkomen: misschien is hij wel erfelijk belast. Maar het Duitse Obergericht wil een daad stellen. Jan Kievit krijgt de doodstraf. Op 22 januari 1943 wordt hij gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Na de oorlog schrijft Jans vader, die net als enkele andere anti-NSB’ers uit de buurt een tijd door de Duitsers gevangen is gezet, aan de Politieke Recherche Afdeling een brief waarin hij Arie verantwoordelijk stelt voor de dood van zijn zoon.

Arie van der R., de zwager van het slachtoffer, wordt berecht en krijgt enkele jaren gevangenisstraf. De vader van Arie, zo lezen we in het dossier, 'loopt alle dagen een paar maal langs Duinrust (waar zijn zoon opgesloten zit) om zijn jongen te zien en wanneer dit zo is dan is hij overgelukkig.' Hij kan zijn zoon nog zien. Vader Kievit niet meer.

De moord op de NSB’er in het Haarlemse Ramplaankwartier
De WA graaft het graf.
© Archief

Kriminalsekretär Neumeyer wil tijdens het onderzoek het lijk van de vrouw zien. Als hij het deksel van de kist opent, ziet hij dat het lichaam volledig met zaagsel is bedekt. Hij constateert dat er opening van het lichaam heeft plaatsgevonden maar dat het lijk niet in de oorspronkelijke toestand is teruggebracht.

De schedel is bijvoorbeeld niet meer dichtgenaaid, zoals dat gebruikelijk is bij sectie. Er is opdracht gegeven het lichaam vooral niet aan de familieleden te tonen.

De echtgenoot van de vermoorde vrouw wil dat zij begraven wordt op het RK Kerkhof te Overveen. Dat wordt door pastoor Gerrit van Niekerk geweigerd. Volgens een bisschoppelijk voorschrift heeft de vrouw zich buiten de Rooms-Katholieke Kerk geplaatst door haar lidmaatschap van een nationaal-socialistische organisatie. Maar daarmee neemt de WA geen genoegen.

Ze graven zelf een graf en leggen daar de vrouw in. Op het rouwlint staat: 'Unsere liebe Schwester aus der Heimat'.

Na de bevrijding wordt de vrouw alsnog van het RK Kerkhof af gehaald en door tussenkomst van het gemeentebestuur naar een ander kerkhof te Bloemendaal overgebracht. De jongen die haar doodstak, ligt op het Loenense ereveld.