Premium

Gedichten kleuren mooi tussen jazzmuziek tijdens debuutbundelpresentaties in De Pletterij in Haarlem

Gedichten kleuren mooi tussen jazzmuziek tijdens debuutbundelpresentaties in De Pletterij in Haarlem
Debuterend dichters Elly Stolwijk en Scott Rollins in gesprek in De Pletterij.
© Foto United Photos/Toussaint Kluiters
Haarlem

Zo’n moment dat de letteren en welluidende muziek prachtig samenvallen, zoals zondagmiddag in De Pletterij in Haarlem, dat zouden we gerust ’poëzie’ mogen noemen.

Twee dichters presenteren deze middag ieder een debuutbundel. Elly Stolwijk (’liefde de vluchtige holte’) en Scott Rollins (’Grenstekens’). Laatbloeiers zijn het, totaal verschillend qua stijl. Het is zo’n middag dat je al doorweekt bent voor je de straat bent uitgefietst.

Harde wind en striemende regen. Desalniettemin stroomt de zaal aan de Lange Herenvest vol belangstellenden. Op het podium staat inmiddels al een ensemble te spelen: Freek Bakker (trompet), Frank Stolwijk (saxen en basklarinet), Michiel Dhont (contrabas) en Charles Huffstadt (slagwerk). „Da’s een lekker bandje”, laat een mannelijke bezoeker zich ontvallen. „Je kunt horen dat ze al een tijdje samen spelen.”

Zowel de ten gehore gebrachte jazzmuziek als de poëzievoordrachten staan los van elkaar, maar vormen een aanstekelijk geheel.

Elly Stolwijk is een dubbeltalent dat zowel als beeldend kunstenaar en dichter actief is. Het thema ’verlies’ levert regels op als: ’oud bietenblad en wat prinsessenboontjes / liggen verspreid op het smalle pad / zoveel moeders verliezen een een kind / en dat van mij is al zo lang geleden...’ Hier en daar experimenteert Stolwijk met klanken van bijvoorbeeld vogels (’kirrk kirrk kiauw kiauw’) of dolfijnen, vermijdt kapitalen en laat zich inspireren door de mythische figuur Daidalos, een architect en uitvinder, die vleugels construeerde om uit gevangenschap te ontsnappen.

Collega-dichteres Elly de Waard (destijds van De Nieuwe Wilden in de Poëzie) raadde Stolwijk aan ’helder te schrijven’, en dat een cliché zo nu en dan niet vermeden hoeft te worden. Regels in zulke heldere taal zijn te vinden in Stolwijks ’gemankeerde sonnetten’, zoals ze ze zelf noemt. De witregels heeft ze eruit gelaten, en de laatste regel is bewust een halve, dus ’onaf’. Een mooie vorm.

Sommige dichters hebben de neiging te lang voor te dragen. Zowel de introducties van uitgever Franc Knipscheer als de interviews door journalist Peter de Rijk hebben een keurige lengte, alsook de voordrachten zelf. Scott Rollins is oorspronkelijk afkomstig van Long Island bij New York, kwam begin jaren zeventig naar Nederland om zijn horizon te verbreden en bleef hangen.

Hij begon te vertalen, kwam al in 1976 in contact met de net opgerichte uitgeverij In de Knipscheer. „Klank is voor mij heel belangrijk in poëzie”, zegt hij over zijn eigen gedichten, en hoe hij vertalingen benadert. Ritme eveneens. ’...De drum spreekt / het is een taal // Het is niet altijd / in de maat / het is net / erna of er / tussen in...’

In een ander gedicht vergelijkt hij het schrijven van poëzie met het vangen van een vis: ’...Nu moet ik dit gedicht van de haak halen / en schoonmaken voor het ontbijt...’

De bundel ’Grenstekens’ werd onlangs lovend gerecenseerd door Brede Kristensen in een krant op Curaçao. Uitgever Franc Knipscheer is dan ook aangenaam verrast dat Kristensen is afgereisd naar Haarlem om de bundelpresentatie bij te wonen. Mooi dat Kristensen het ’eerste exemplaar’ in ontvangst mag nemen.