Premium

Hockeyers Bloemendaal zijn blij dat ze weer op het veld mogen staan: ’Vooral blij dat we weer trainen’ zegt Jasper Brinkman

Hockeyers Bloemendaal zijn blij dat ze weer op het veld mogen staan: ’Vooral blij dat we weer trainen’ zegt Jasper Brinkman
Rick Mathijssen kijkt bij zijn eerste training bij de mannen van Bloemendaal naar de verrichtingen van Jorrit Croon.
© Foto United Photos/Koen Suyk
Bloemendaal

Door de versoepeling van de corona-regels konden de mannen van Bloemendaal deze week de eerste hockeytraining in aanloop naar het nieuwe seizoen afwerken. Voor de groep stond coach Rick Mathijssen, de opvolger van Michel van den Heuvel.

Tijdens de eerste trainingssessie-avond werden de richtlijnen van de overheid strikt nageleefd: minimaal anderhalve meter afstand, looproutes rond de velden alsmede clubhuis en de kleedkamers gesloten.

„Dat was lastig”, grinnikte Jasper Brinkman de ’morning after’. „Normaal eten we na de training in het clubhuis. Dat kon niet. Daarom ben ik naar de supermarkt geracet om pasta te halen. Vervolgens thuis zelf koken. Ja, eten werd toen een latertje.”

Twee maanden geen hockey leverde de Bloemendaalse verdediger één groot voordeel op. „Ik heb me volledig op mijn studie Security Studies kunnen richten. Nu ben ik vooral blij dat we weer trainen. Hoewel ik wel een pijnlijke rug en last van mijn hamstrings heb.”

Net als Brinkman had ook Florian Fuchs genoten van de hernieuwde kennismaking met stick, bal en kunstgras. „Zo’n lange tijd zonder kan ik me nauwelijks herinneren”, aldus de Duitse international. „Maar het was fijn om weer met elkaar te zijn, ondanks de beperkingen. Ik merkte dat bij mij veel automatismen verdwenen waren. Het voelde onwennig om weer intensief met het spelletje bezig te zijn. Na afloop had ik vooral last van mijn voeten.”

Soms schiet bij de balvirtuoos in deze periode een naar gevoel, veroorzaakt door de bruut afgekapte competitie, door het ranke lijf. „Als het virus er niet geweest was, speelden we nu de play-offs. We maakten een goede kans om voor de tweede achtereenvolgende keer kampioen te worden. Dat dit ons ontnomen is, doet pijn.”

Arthur van Doren had na de eerste training nauwelijks fysieke klachten. „Ik train al langer met het Belgisch team en heb veel in het bos gerend. Hoewel dat laatste niet bepaald mijn passie is. De charme van hockey is voor mij dat je met het team en de staf traint en wedstrijden speelt. Dat, plus het contact met fans en clubmensen, heb ik deze merkwaardige corona-tijd enorm gemist. De onzekere toekomst vind ik vervelend. Wanneer begint de competitie? Mag er dan publiek aanwezig zijn? Gaat de EHL in oktober door? Worden de Olympische Spelen volgend jaar wel gehouden? Niemand weet het.”

Floris Wortelboer was ook op ’t Kopje. Meetrainen was niet aan de orde. „Vier weken geleden ben ik geopereerd aan mijn schouder, die al enkele keren uit de kom was geschoten. Vooral het advies van de medisch deskundigen om het te doen en het feit dat er vanwege corona voorlopig niet gehockeyd kon worden, maakten het besluit makkelijker. De kans dat het na de ingreep opnieuw mis gaat, is aanzienlijk verkleind. Neemt niet weg dat hardlopen, laat staan hockeyen, op dit moment voor mij onmogelijk is. Dat duurt nog wel een paar weken.” Tot het moment dat meedoen weer mag, is wandelen het credo voor de 52-voudig international van Oranje. „Iedere dag tien, vijftien kilometer.”

Op weg naar zijn nieuwe club had Rick Mathijssen een bijzonder gevoel. „Het was alsof ik op schoolreis ging”, aldus de coach, die verwacht bij Bloemendaal te kunnen werken in combinatie met zijn functie als assistent-bondscoach van de Nederlandse mannenploeg. „We zijn rustig gestart. Loopoefeningen, balcontacten, elkaar beter leren kennen. Sommige spelers zijn superfit, andere minder. We trainen tot half juni twee keer in de week. In juli hervatten we dan de voorbereiding op het nieuwe seizoen, dat hopelijk in september start.”

Hij had genoten van de positieve en amicale sfeer. „Een voorbeeld. Nieuwkomer Sam Figge, 18 jaar, kwam met de trein helemaal uit Maastricht. Hij appte me op de terugweg dat hij bloednerveus was geweest. Maar al na twee minuten voelde hij zich op zijn gemak en door de groep geaccepteerd. Prachtig. Dat sociale is één van de redenen waarom ik naar Bloemendaal ben gekomen.”

Net binnen