De tanden van Michael Boogerd, waarmee de Hagenees de mooiste grimassen trok tijdens de koninginnenrit naar La Plagne [video]

Michael Boogerd was in de jaren negentig Nederlands hoop in bange wielerdagen. De weelde van de jaren zeventig en tachtig was lang geleden, maar de goedlachse Hagenaar won in 1996 een etappe en werd in 1998 vijfde in het eindklassement. Maar zijn hoogtepunt was in 2002, toen hij de koninginnenrit won over de Télégraphe, Galibier, de Madeleine (de berg die vandaag ook wordt bedwongen) en met de finish op La Plagne.

Kleeft aan die zege niet ook een onwelriekend luchtje?

Dat zou best kunnen, Boogerd heeft na zijn carrière toegegeven dat hij doping heeft gebruikt. En in de begin jaren 00 was het gebruik van verboden middelen heel normaal. Je deed niet mee zonder spuit. Het is moeilijk na te gaan wie wat gebruikte, zeker is dat een bepaalde Amerikaan er de koning in was, maar laten we de zege van Boogerd maar gewoon op de waarde van 2002 schatten.

Wat de renner van Rabobank liet zien was van grote klasse?

Zeker, na zijn vijfde plek in 1998, toen overigens veel favorieten afgestapt waren vanwege het dopingschandaal van Festina, probeerde hij voor het klassement te gaan, maar dat mislukte in 1999 en 2000. In 2001 was hij weer terug en werd hij tiende. In 2002 hoefde hij niet meer alleen de kar te trekken, de Amerikaan Levi Leipheimer was de kopman.

In de luwte gedijde Boogerd beter?

Hij kreeg in ieder geval de vrijheid in de zestiende etappe door de Alpen. Een monsterrit, maar de Nederlander wist de hele etappe de beste klassementsrenners voor te blijven. Op de slotklim naar La Plagne werd het nog even spannend, maar het duo Carlos Sastre en Lance Armstrong kwam uiteindelijk 1.25 minuut te kort.

Onderweg konden kilometers lang genieten van de prachtige witte tandenrij van Boogerd, waarmee hij de mooiste grimassen trok. Vloog hij er niet op de Télégraphe al in, 125 kilometer voor de finish?

Boogerd had een dag uit duizenden. „Toen ik opstond had ik al het gevoel dat ik goed zou zijn”, vertelde hij na zijn carrière tegen Mart Smeets. „Op de Télégraphe trok ik door, een belangrijk moment in de etappe. Op de top van de Madeleine had ik voor het eerst het besef dat ik bezig was iets aparts, een ritzege zoals Theunisse, in de zwaarste bergetappe alleen voorop.” Hij durfde echter niet te denken aan wat de mensen in hun huiskamer dachten. „Hoe heroïsch het was, hoeveel pijn het deed.” Maar hij schreef wel wielergeschiedenis.

Net binnen