Premium

Relaties kunnen ook na iemands dood nog bron van inspiratie zijn. Zeker op 2 november, Allerzielen | Column René Diekstra

Mijn moeder was een zeer gelovige vrouw, gehecht aan de tradities en vieringen van zon- en hoogtijdagen in de katholieke kerk, zoals Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Allerheiligen, Allerzielen. Zij verlangde dat haar kinderen vanaf circa acht jaar daaraan deelnamen. Ik ervoer dat als normaal, en met Kerstmis en Pasen zelfs als leuk. Maar dat gold niet voor Allerzielen, jaarlijks op 2 november, de dag na Allerheiligen.

Allerzielen had voor mij iets bedreigends, duisters bijna. Volgens mijn moeder en de kerkleer was het de dag om te bidden voor de doden. Ik had als achtjarige nog nooit een dode gezien of een overlijden meegemaakt en geen idee hoe me dat bidden voor de doden voor te stellen. Ze maakte dat, onbedoeld, allemaal nog wat dreigender door te vertellen dat bidden op die dag beslissend kon zijn voor degenen die in het voorafgaande jaar waren gestorven en in het vagevuur, een soort van wachtkamer voor de hemel, terechtgekomen.