Wie heeft in huis de dagelijkse leiding? | column

1 / 2
Joost Prinsen

Met de opmerking ’De droogtrommel is klaar’ lijkt mij het point of no return bereikt. Toelichting? Die geef ik graag. Jaren geleden lag ik in bed en mijn vrouw Emma, God hebbe haar ziel, zei: „Er brandt nog licht op de gang.” Vertaling: ’Wil jij, Joost Prinsen, opstaan uit ons warme bed om het licht uit te doen’. Dat deed ik, gedresseerde echtgenoot, vervolgens braaf.

Want hoe gaat het? De rolverdeling in de relatie komt gaandeweg vast te liggen. Jan doet de boodschappen, Annie kookt, Jan regelt de vakanties, Annie doet het geld, die dingen. Maar daarnaast is er sprake van een soort balance of power, wanneer ik de term even van de internationale politiek mag lenen. Wie heeft in huis de dagelijkse leiding? Wie kan zeggen ’Jij gaat wel mee naar die verjaardag’ en wie kan zeggen ’Er brandt nog licht op de gang’?

Een jaar na Emma’s dood kreeg ik verkering met mevrouw N. zoals ik u mocht berichten. En ik dacht, laat ik eens goed opletten hoe ik dit keer ingepakt word. Als jongeman denk je niet aan dat soort dingen, onbekend terrein voor een jonge jongen. Maar ’Er brandt nog licht in de gang’ komt niet uit de lucht vallen. Daar moeten dressuurlessen aan vooraf gegaan zijn. Dus in die nieuwe relatie ben ik vanaf het begin de ontwikkeling van verzoeken en commando’s eens nauwlettend gaan volgen.

De eerste was: „Misschien zou je wat minder suiker in je koffie kunnen doen.” Mooie formulering! Nergens wordt een bevel gesuggereerd. Slechts een mogelijkheid wordt aangestipt.

Een paar dagen later zei ze op een heldere zondagmorgen: „We zouden een wandeling kunnen maken.” Nog steeds voorzichtig, ik geef het toe. Maar de afwezigheid van het woordje ’Misschien’ viel me op.

Het eerste bevel dateert van een week daarna. Op mijn bekentenis dat ik een hekel had aan douchen, zei ze kordaat: „Jij moet iedere dag baden hoor.”

Misschien had ik toen in moeten grijpen. Iets moeten zeggen als ’Wat nou, moeten?’ Maar ik liet het passeren. Zoals ook diezelfde dag ’Jij moet verse spullen kopen hoor, geen dingen in een blikje of pakje’.

Daarna heb ik het niet meer van dag tot dag bij gehouden al kwam ergens nog de korte opmerking ’Alweer een biertje’ voorbij.

Tot vorige week. Ze had ’s avonds dingen in de wasmachine gedaan en ruim een uur vóór we naar bed gingen in de droger. En toen, ik was nauwelijks gewend aan de warmte onder de dekens, hoorde ik haar zeggen: „De droger is klaar.”

En op dat moment dacht ik alleen: er brandt nog licht in de gang.