Uitverkoop past de kunsten niet | column

Nhung Dam

Nee, het is geen uitverkoop, opruiming, of najaarsale, maar een kersvers theaterseizoen dat van start is gegaan. Na een periode van stilstand zijn de toneelvloeren weer gedweild, de foyers opgepoetst en de stoelen uit het stof gehaald. Hier hebben we toch naar gesnakt? En toch blijft het leeg. Op een enkele uitzondering na, heel erg leeg.

De theaters trekken alles uit de kast om zich staande te houden. Uitverkoop, sale-acties, gratis kaarten die worden weggeven om het publiek weer te trekken. Want achter de schermen zijn er door het uitblijven van publiek noodgedwongen annuleringen, een tekort aan theaterpersoneel dat tijdens corona noodgedwongen iets anders moest doen. Artiesten die hun huis moesten verkopen. Technici die maar zonnepanelen zijn gaan installeren. Het was een kaalslag.

En toch is er nog altijd een leger aan artiesten dat al die tijd niet op hebben gegeven. Hoop hebben gehouden, omdat dat ten slotte hun beroep is: Hoop houden en hoop creëren. Een groot goed, bleek wel tijdens de pandemie.

Na een belrondje langs mijn collega’s krijg ik terug dat het publiek nog niet doordrongen is van het feit dat de theaters weer open zijn. ZE ZIJN OPEN, dames en heren, ECHT WAAR.

In coronatijd heb ik mijn kostuum in de kast gelaten en ben ik eindeloos gaan wandelen. Elke dag, zeven dagen per week, zo’n twintig kilometer per dag. Met het aantal afgelegde kilometers zou ik op Sicilië aangekomen kunnen zijn, terwijl ik in feite mijn woonplek niet verliet. Dat was tijdens de allereerste lockdown, toen de grenzen dicht waren. We wisten niet of dit virus, dat even met de pest en de Spaanse griep werd vergeleken, ons allemaal zou uitvagen. Terwijl ondertussen die prachtige lente met haar knalgele koolzaad en lammeren in het veld mij dichter naar een plek van bezinning bracht. Maar nu, na anderhalf jaar van blaren doorprikken, kan ik dan eindelijk weer het toneel op.

Als ik na de allereerste voorstelling uit Assen thuiskom, hebben zowel mijn onderburen, als mijn overburen een huisfeest. De stemmen die vanaf de balkons de nacht in galmen, klinken opgelucht: „Ja, ik was wel heel alleen.”

We riepen dat we verbinding misten. Nou, anderhalf uur naar muzikanten, dansers, acteurs kijken die op een paar meter afstand zich in het zweet voor je werken, is nogal wat. Het is magisch. En dat in een zaal vol mensen die ook een stukje schoonheid zoeken, verbinding.

Een uitverkoop past de kunsten niet. Hoop en verbeelding zouden omarmd moeten worden, opgetild, gekoesterd en op waarde geschat. Mijn collega’s en ik reizen door het hele land, stad voor stad, avond aan avond, en we spelen voor elke persoon die er zit. Waar u ook vandaan komt. Die nemen we mee op reis, omarmen we. Een eeuwenlange culturele traditie laten we niet in anderhalf jaar wegvagen.