’Sorry, wij serveren geen kraanwater’ | column

Haroon Ali

Ik was afgelopen weekend met wat vrienden in Antwerpen, ter afleiding van alle corona-ellende in Nederland. We ploften neer in een gemoedelijk eetcafé en namen het menu door, dat bestond uit kleine gerechten om met elkaar te delen, beter bekend als shared dining.

„Heeft u wel eens eerder bij ons gegeten?”, werd er gevraagd, alsof ze deze uitgewoonde formule helemaal zelf hadden bedacht. Ik ben absoluut geen fan van dit onhandige horecaconcept. Wat moet een hongerig mens met het advies om ’anderhalf gerecht per persoon’ te nemen? Na enig overleg bestelden we acht verschillende hapjes, plus een fles rosé.

Maar dit is geen column over shared dining. Het werkelijke twistpunt was de karaf water die we erbij wilden – kraanwater graag. Toen we dat vroegen ontstond er enige paniek bij de bediening. Terwijl een andere ober de rosé inschonk, werd er achter de schermen kennelijk overlegd.

Even later kwam er een apart dienblad met daarop vijf glazen kraanwater en een fles bronwater. „Excuseer”, zei de bazin door haar mondkapje. „Wij serveren eigenlijk geen kraanwater. We moeten immers een zaak draaiende houden.” Als compromis kregen we daarom één glas kraanwater per persoon, ’van het huis’, en een literfles bronwater waar we een paar euro voor moesten betalen.

Aangezien wij mondige Ollanders zijn, lieten we het er niet bij zitten. Belgisch leidingwater is toch net zo goed? En het is duurzamer dan een fles bronwater opentrekken. In mijn thuisstad Amsterdam krijg je inmiddels bijna overal een karaf kraanwater bij de consumpties. Onze Vlaamse gastvrouw gaf ons gelijk. „Ik drink thuis ook water uit de kraan.” Maar in de horeca moet je er dus voor betalen.

Is dit een subtiel cultuurverschil, net als het feit dat je op veel plekken in België niet kunt pinnen? (Ook daar kan ik een hele column aan wijden.) Waren wij stereotype zuinige Nederlanders die niet willen betalen voor water om het eten weg te spoelen, of zijn Belgische horecaondernemers juist gierig omdat ze per se die paar euro willen binnenharken, boven op een flinke groepsrekening?

Terwijl ik wachtte op mijn anderhalve kipsaté deed ik wat onderzoek. „Hoewel het leidingwater in België van goede kwaliteit is, hebben veel Belgen de gewoonte om water in flessen te kopen”, las ik op de site van KRNWTR+, een (Hollandse) onderneming die strijdt tegen wegwerpflessen. „De overheid probeert via de campagne ’drinKraantjeswater’ om Belgen aan het leidingwater te krijgen, omdat het beter is voor het milieu en de portemonnee, en minstens even gezond als bronwater.”

Hoewel veel mensen kraanwater zien als een basisrecht, is het (nog) niet wettelijk verplicht om het gratis aan te bieden in de horeca, ook niet in Nederland. Het is alleen wel zo netjes, als je daarnaast voldoende hapjes en drankjes bestelt. We hebben het geluk dat leidingwater in West-Europa rijkelijk vloeit en van uitmuntende kwaliteit is. Waarom zou je het dan gebotteld kopen? In de rest van de wereld worden jaarlijks al honderden miljoenen plastic flesjes water verkocht.

Een beter milieu begint dus bij onszelf. Of in dit specifieke geval bij de Belgen.