Of het echt zo erg is met die corona | column

Maaike van der Plas

De afgelopen weken krijg ik de vragen weer steeds vaker: „Hoe is het nou echt in het ziekenhuis, met die corona? Is het zo erg als we horen op het nieuws, of wordt het daar toch een beetje overdreven? Hoeveel patiënten liggen er eigenlijk op de IC bij jullie? En zijn die inderdaad niet gevaccineerd?”

Regelmatig moet ik de vrager teleurstellen. Hoewel ik als arts-assistent neurologie inderdaad in een ziekenhuis werk, betekent dit niet dat ik elke ochtend een rondje over de IC maak om de coronapatiënten te tellen en te inventariseren wie er wel en niet gevaccineerd zijn. In mijn positie heb ik vooral te maken met de ’collateral damage’ (de zogenaamde nevenschade) van het coronavirus.

Die collateral damage is op meerdere niveaus zichtbaar. Ik merk vooral dat het krap en wankel is. De afgelopen jaren hebben we met een systeem gewerkt waarin alles ternauwernood paste. Er waren vaak net genoeg bedden (en soms net niet), net genoeg artsen en net genoeg verpleegkundigen. Als er een paar van die verpleegkundigen uitvallen, omdat ze moeten worden getest of zelfs corona hebben, gaan er bedden dicht.

De hoeveelheid patiënten die zich op onze Spoedeisende Hulp meldt met een neurologisch probleem neemt echter niet af, waardoor we onze werkdagen met stijgende wanhoop doorbrengen. We liggen vol en voor de tien omliggende ziekenhuizen die we bellen om mensen over te plaatsen, geldt meestal hetzelfde.

Als artsen ziek zijn, worden er geen bedden gesloten. Bij uiterste nood gaat soms wel een poli dicht. Maar meestal kijken we of we de collega’s die er wel zijn op tactische wijze kunnen herverdelen. Als de avond- of de nachtdienst plotseling uitvalt, wordt de invallijst geactiveerd. Wie bovenaan staat, kan zomaar worden opgeroepen voor een dienst, ook op een parttimedag of tijdens een vrij weekend.

Waar ziekmeldingen vroeger nog op een ’beterschap’ konden rekenen, heerst er nu een ijzige stilte in onze groepsapp. In privégesprekken wordt de zoveelste snotneus vervloekt en gespeculeerd of bepaalde medewerkers inmiddels niet voor een operatieve verwijdering van hun keel- en neusamandelen in aanmerking komen.

Als ik aan collateral damage denk, gaan mijn gedachten niet alleen naar de eeuwige zoektocht naar bedden en de oplopende frustratie die collegialiteit steeds verder in de weg zit. Ik denk ook altijd aan de man die ik om één uur ’s nachts moest bellen. Ik had net zijn vrouw opgevangen op de Spoedeisende Hulp. Beiden waren ze in de tachtig en besmet met het coronavirus. Toch was dat niet de reden dat een ambulance haar die avond binnenbracht.

Ze was thuis plotseling in coma geraakt en ik stelde vast dat ze een grote hersenbloeding had gekregen. Ik moest haar man door de telefoon vertellen dat ze die nacht zou komen te overlijden. Ze hadden geen kinderen, geen verdere familie en geen vrienden. Wetend dat hij met het virus niet naar het ziekenhuis zou mogen komen, had hij afscheid van haar genomen toen de ambulancebroeders haar op de brancard tilden. Daar zou het bij blijven.

Ik hoop dat dat voldoende antwoord is op de vraag of het echt zo erg is, met die corona.