Erik Scherder spreekt van twee pandemieën. ’Zitten is het nieuwe roken. Met de auto gaan is bijna dodelijk’

© Foto ANP / Jeroen Jumelet

Ies van Rij

Onvermijdelijk valt het woord pandemie. Sterker nog: in meervoud. Hoogleraar Erik Scherder spreekt van twee pandemieën. Die andere, veel onbekender dan corona, is al in 2012 door de WHO als bedreigend voor de gezondheid bestempeld, ’maar niemand luistert’.

De trap of de lift? Hoogleraar neuropsychologie en bewegingswetenschappen Erik Scherder houdt domicilie op de vijfde verdieping (dat zijn tien trappen) van de Medische Faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam. In een aanstekelijk tempo beent hij door de gangen van het universiteitsgebouw waar groepjes studenten zich naar het weekend slenteren. Hoewel het vrijdagmiddag is, staat de hersenprofessor nog voluit aan. Tussen twee afspraken door maakt hij graag tijd voor de verslaggever. Want de boodschap kan niet vaak genoeg worden verteld: we moeten als de bliksem meer gaan bewegen, thuis en op het werk. Dus als het kan de trap nemen. Niet alleen omdat het beter is voor ons lichaam maar zeker ook om ons brein fit te houden,

Scherder, die vooral door zijn optredens bij ’De Wereld Draait Door’ het gezicht van de ’beweegbeweging’ werd, is onmiskenbaar een man met een missie. Inmiddels zijn het niet alleen studenten die hij keer op keer uitlegt hoe belangrijk bewegen is om het brein in conditie te houden, elk platform dat zich aandient is in zijn ogen geschikt voor zijn verhaal dat hij onvermoeibaar brengt zonder herhaling te schuwen. Met de didactische technieken die nu eenmaal bij de leraar in hem horen. Hij doceert, hij houdt zijn toehoorders scherp bij de les. Met korte tussenzinnen als ’ik kom daar zo op terug’ en ’ik herhaal’ om te checken - soms met priemende blik - of zijn boodschap landt. Want bewegingswetenschapper Erik Scherder weet als geen ander: gemak dient de mens. Al is dat nog geen reden om het makkelijk te maken. We moeten aan de bak en wel nu. Nee, gisteren al.

Sportscholen

Niet voor niets mengde hij zich kortgeleden nadrukkelijk in de lockdowndiscussie toen bekend werd dat de sportscholen eerder dichtgaan en hun klanten verplicht hun QR-code moeten tonen.

„Het is voor mij onbegrijpelijk dat niemand in de regering het tijdens die coronapersconferenties over het belang van bewegen heeft, juist in deze tijd waarin we noodgedwongen nog meer thuiszitten dan al goed voor ons was. Ook vanuit het OMT hoor ik daar niets over terwijl lichamelijke inactiviteit in feite ook een pandemie is. Eén die al jaren gaande is en daar is nu corona als tweede pandemie overheen gekomen. En laten nu juist die mensen die door een inactieve levensstijl al veel vatbaarder zijn voor ziekten als diabetes 2, obesitas en hart- en vaatziekten, ook een verhoogd risico hebben om met corona op de ic terecht te komen. Grote groepen kwetsbare mensen worden zodoende dus in feite dubbel getroffen.”

Worden die noodsignalen van wetenschappers - onderschreven door de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) - dan wel serieus genomen? Moeten de ’basisregels van Rutte’ (anderhalve meter afstand, geen handen schudden en blijf thuis bij klachten) niet snel worden uitgebreid met de aansporing ’elke dag een half uur onafgebroken lichamelijke inspanning.’

Want dat is volgens de professor het minste wat iedereen vanaf nu moet gaan doen. Dan helpt het in zijn ogen wel als overheid en werkgevers daar ook de ruimte voor bieden. „We zitten in een unieke crisis en daar passen uitzonderlijke maatregelen bij. We ondergaan allerlei veranderingen, we hebben een avondklok, we dragen mondkapjes, we moeten thuis werken, maar de rest van ons dagelijks leven verandert niet. Dat is gek. Laten we deze crisis nu niet voorbij laten gaan zonder dat we iets maatschappelijk veranderen.”

Schuldgevoel

Als het aan hem ligt, wordt desnoods de Arbowet aangepast om te kunnen sporten in de tijd van de baas zonder dat daar een schuldgevoel over ontstaat. „Dat is ook onnodig want wie dat doet, is productiever dan iemand die thuis de hele dag niet achter zijn beeldscherm vandaan komt. Studies tonen aan dat zitten slecht is voor de stofwisseling en de concentratie, en zo het afweersysteem verzwakt.”

Zitten is het nieuwe roken – die onheilstijding lijkt maar niet door te dringen tot de wereldbevolking. Terwijl het in Scherders visie een mondiaal probleem is. Lichamelijke inactiviteit is de vierde doodsoorzaak wereldwijd. In zijn video ’Stress van thuiszitten’ op YouTube legt hij stap voor stap - met animaties - uit hoe door lichamelijke inspanning het aantal cellen toeneemt die de strijd aangaan met virussen. Net als tijdens het interview houdt hij zijn gehoor herhaaldelijk voor dat zijn missie om meer te bewegen, wordt ondersteund door serieuze wetenschappelijke onderzoeken: dat hij het niet zelf heeft bedacht, dat het geen hobby van hem is of zo. Het lijkt alsof hij vanuit het defensief moet opereren. Lijdt ook Scherder onder verdachtmakingen waar wetenschappers steeds vaker mee geconfronteerd worden. „O, nee. Zeker niet. Ik ben wel een keer aangezien voor Jaap van Dissel, waarschijnlijk door mijn grijze baard. Toen riep er iemand ’hé grote klootzak’ of zo, maar ik krijg juist veel positieve reacties. Ook op straat. Mensen die laten weten dat ze hun dagelijkse ommetje maken. Dat ze goed bezig zijn!”, zegt hij lachend.

„Ik denk dat wetenschappers die impopulaire maatregelen moeten verdedigen, veel meer in de vuurlinie staan. Die moeten uitleggen waarom de bioscoop weer moet sluiten. Daar heb ik met mijn veel positievere boodschap minder last van.”

(Tekst gaat door onder de video)

Bewegen

Vergeleken met enkele decennia terug zijn we als gevolg van toenemende welvaart steeds minder gaan bewegen. „Neem reizen. Dat is veel gezonder met het openbaar vervoer. Je fietst of loopt naar het station, je moet een trap op. Met de auto gaan is bijna dodelijk. Je stapt voor de deur in en bij je doel voor de deur weer uit, je gaat zitten en doet niets meer.”

Het vele thuiswerken door corona heeft de pandemie van lichamelijke inactiviteit alleen maar verergerd. „Het zijn de simpele dingen. Op je werk moet je lopen om naar de wc te gaan of koffie te halen. Thuis is alles vlakbij. Het is beter om tussendoor te bewegen, je wordt scherper, alerter. Na drie uur zakt de productiviteit flink in hoor als je de hele dag achter de laptop zit. En niet denken, ik ben tussendoor wezen fietsen dus nu moet ik anderhalf uur langer doorwerken. Dat voelt niet goed.”

Hij pleit voor matig-intensief bewegen, dat is wat anders dan sporten. „Bij sporten denk je al snel, zweten, douchen, omkleden, kost meer tijd. Twee dingen zijn essentieel: onderbreek het zitten, kom uit die stoel. En een half uur onafgebroken bewegen. Dat verhoogt de immuniteit.” Matig-intensief bewegen is genoeg om resultaat te behalen. Als de inspanning een bepaalde curve overstijgt, lijkt de effectiviteit af te nemen. Is topsport wel gezond, is dan de voor de hand liggende vraag. „Het is opvallend dat sporters op het moment dat ze die topprestatie moeten leveren, geregeld niet kunnen presteren. Luchtweginfecties et cetera. Als je naar alle studies kijkt dan is matig-intensief bewegen - dat is doorlopen, dat is fietsen - voor de meeste mensen de meest effectieve inspanning.”

„In 2019, vlak voor de coronapandemie, heb ik al geroepen: waarom doen we niets tegen de pandemie van de lichamelijke inactiviteit? Wie houdt ons tegen?” En voor het eerst in het gesprek klinkt er lichte frustratie in zijn stem door: „Maar goed, niemand luistert. Ik lees in de internationale medische literatuur: two pandemics, niet een maar twee! Het afweersysteem duikelt naar beneden door te veel zitten en dan komt Covid er bij, nou ja… ziet u het helder?”

Broekriem

Het is een hartenkreet die niet uit de lucht komt vallen. „Het is een langdurig proces waarvoor we al jaren bij de overheid aankloppen. Doe er wat aan! Ook op de scholen. Haal de kinderen uit die stoeltjes. Elk half uur drie minuten, dat maakt al zo’n verschil. Ik val misschien in herhaling, sorry, maar we praten wel over de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog. We zijn liever lui dan moe. Evolutionair is dat zo bepaald. Suiker en vet zijn nog steeds belonend in het centraal zenuwstelsel. Dat is niet meegegroeid. Vroeger had je een hertje geschoten en nam je een dag rust, nu ligt alles in de supermarkt. En de voorraad zit achter de broekriem.”

Geestelijke inspanning is ook een activiteit die bijdraagt aan het fitte brein. Dat wordt volgens hem zwaar onderschat. „Hersenen hebben een stofwisseling en doorbloeding. Als je hard nadenkt, krijg je ook honger. Voor veel mensen trouwens ook een geruststellende gedachte. Het brein neemt ongeveer 25 procent van het energieverbruik voor zijn rekening. Hoe los ik het op, hoe ga ik het doen? Dat kost denkkracht. Ideaal is als je aan het einde van de dag realiseert: het kostte me moeite vandaag. Top!”

In zijn vakgebied zijn veel nieuwe ontwikkelingen. Worden onze hersenen overbodig door artificiële intelligentie? Nemen de algoritmes en apps het van ons over? Zo’n vaart zal het in zijn ogen niet lopen, maar hij wijst wel op de keerzijden als alles in ons leven wordt gedigitaliseerd. „Van je smartphone word je niet slimmer. Hoeveel nummers ken je nog uit je hoofd? We worden beter in wáár het staat dan in wat er staat. Uiteraard vergemakkelijkt internet ons leven, maar de valkuil is dat ons brein niet wordt uitgedaagd.”

Dementie

Grote zorgen zijn er ook over Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie. Er is geen medicijn en hij vindt het lastig om te voorspellen of dat er ooit gaat komen. „Medicatie toedienen vraagt om een delicate balans. De risico’s op dementie verminderen is ook niet eenvoudig.” In afgewogen bewoordingen noemt hij een lichtpuntje: „Studies zijn helder: een actieve levensstijl verlaagt de risico’s. Bijvoorbeeld bij mensen die hun hele leven bordspelen doen als schaken en dammen zie je een relatie met minder dementie. Dat wil nog niet zeggen dat er een causaal verband is. Let op: het sluit dementie niet uit. Ik kan dat niet genoeg benadrukken.”

Wat ligt er voor hemzelf nog in het verschiet? Opeens stond hij, een man van de wetenschap, in een live-uitzending van ’De Wereld Draait Door ’ op tafel druk te gebaren in een tv-studio vol publiek. Was daar vooraf over nagedacht? „In alle oprechtheid nee, het was toeval.”

Hij was in 2014 de eerste die meedeed aan de (online) Universiteit van Nederland. Een van de initiatiefnemers, Alexander Klöpping, vroeg in zijn kennissenkring of ze iemand kenden ’die een beetje leuk lesgeeft’. En via een oud-student van de Medische faculteit kwamen ze bij hem.

In de uitzending vroeg presentator Matthijs van Nieuwkerk aan een student in het publiek hoe de professor dat dan deed. „Toen deed ik wat ik in de collegezaal ook doe, op tafel staan. Het ging om te laten zien wat een halfzijdige verlamming teweegbrengt in de motoriek van een mens. Zoiets overkomt mij dan, het gebeurt spontaan. Ik kijk ook niets terug op tv of op internet. Nooit nee, dan ben ik bang dat ik een rare kop zit te trekken. Het is toch onherroepbaar. Ik zit niet van mijn eigen ego te genieten.”

Bekendheid heeft leuke kanten, maar hij voelt zich in bepaalde situaties ook minder vrij. „Voorheen kon ik wel een uitbundige man zijn op een terras, die hard zat te lachen. Nu zeggen je kinderen sneller, pa doe even normaal. Maar mensen die me aanspreken, zijn altijd aardig en de zure types laten me lopen.”

Fobieën

Door zijn veelvuldige optredens is hij ongetwijfeld meer publiek bezit geworden. Hij deelde zijn fobieën voor autorijden en zijn angsten voor een ongeneeslijke ziekte in de tv-serie ’Erik Scherder laat zich niet kisten’. Hij had geen moeite om dat te delen met de buitenwacht. „Ik ben een mens met beperkingen, net als iedereen.”

De dag na de uitzending hierover in DWDD appte half Nederland en kreeg hij stapels zelfhulpboeken toegestuurd. „We helpen u. Aardigste dat veel mensen lieten weten vooral opgelucht te zijn. Ik dacht dat ik de enige was maar u hebt het ook, dat geeft geruststelling.”

Het BN’er-schap heeft hem veel gebracht. Ook afgunst in de kring van collega-wetenschappers. „Zure reacties, het is te kort door de bocht, afgunst of misschien terechte kritiek. Ik heb daardoor lastige momenten gekend. Vooral als je lang niets hoort. Dan heb ik nog liever dat ze laten merken dat ze het niks vinden. De meeste collega’s zijn gelukkig wél positief.”

Zeventig jaar is hij begin december geworden en nog fulltime aan het werk, zeven dagen in de week als het moet. Waarom geen camper om als pensionado naar Noorwegen te gaan. Geschrokken: „Ik moet er niet aan denken! Voor de tv-serie ’Het geheim van Methusalem’ ben ik voor het eerst in mijn leven op een camping geweest. Aardige mensen overigens die daar in de ochtend rondstappen in hun badjas met een teil vol afwas. Maar nee zeg, alsjeblieft.”

Op de Vrije Universiteit werkt hij op vrijwillige basis. Maar hij geeft alle colleges nog, zoals het brein uitsnijden in het anatomisch lab. „Dat vinden studenten een van de topdingen om te doen. Maar ik wil niet in de weg gaan lopen voor mensen die mijn plek begeren. Ik hoop als Tommy Cooper te gaan. Die viel op het podium dood achterover. En dat iedereen dacht dat het erbij hoorde. Ja ... ideaal!”