Sommige keuzes maken anderen voor je | column

Maaike van der Plas

De overkoepelende vraag die – soms expliciet, meestal impliciet – boven de opleiding tot medisch specialist hangt, is de vraag wat voor soort dokter je wilt worden.

Het is misschien niet een kwestie waar je dagelijks bewust mee bezig bent, maar met enige regelmaat word je toch geconfronteerd met keuzes of dilemma’s die je dichter bij het antwoord brengen. Dat kan zijn naar aanleiding van heftige situaties die zich afspelen op het grensvlak van leven of dood, maar ook door eenvoudige, praktische onderwerpen. Deze week stond voor mij en mijn collega’s in het teken van de vraag: ,,Gaan we naar de regionale refereeravond?’’

Deze refereeravond wordt eens per kwartaal georganiseerd. Vier ziekenhuizen vaardigen elk één arts-assistent neurologie af om een presentatie te geven. Genodigden zijn alle arts-assistenten en neurologen uit de deelnemende ziekenhuizen. De drie grootste centra fungeren beurtelings als gastheer, en stellen een zaal en een maaltijd ter beschikking. De refereeravond begint om 19.00 uur en duurt zo’n anderhalf tot twee uur.

In de medische wereld is het heel normaal dat je op eigen kosten en na een werkdag van negen uur vrijwillig en in je eigen tijd naar een ander ziekenhuis reist om daar het grootste deel van je avond door te brengen.

We deden dit jarenlang met minimaal protest: overdag zo snel mogelijk het werk afronden en dan op een holletje naar de auto of de trein, om je in de spits naar een andere stad te vervoeren, waar je hopelijk op tijd arriveert voordat de gemeenschappelijke maaltijd op of koud is. Tot de coronapandemie kwam en de regionale refereeravond een virtuele sessie werd, die vanaf de bank thuis te volgen was.

Nu de meeste coronamaatregelen verleden tijd zijn, kregen we een week van tevoren een mailtje dat de regionale refereeravond ditmaal weer alleen fysiek te volgen zou zijn. En daarmee begon het dilemma. De luxe van het virtuele onderwijs had ineens duidelijk gemaakt dat de historische situatie een opoffering was geweest. Er ontstonden twee kampen.

Enerzijds werd er gepleit dat dit bij het artsenvak hoort: we hebben geen 9-tot-5-mentaliteit, het is maar eens per kwartaal en zowel netwerken als loyaliteit naar onze eigen spreker zijn belangrijk.

Anderzijds komt er ook in ons vak steeds meer aandacht voor de werk-privébalans, is het niet bepaald duurzaam om met z’n allen naar een ander ziekenhuis te reizen, en kun je je afvragen hoeveel er te netwerken valt als je in stilte naar vier referaten luistert.

De dag van de refereeravond loop ik vertwijfeld over de afdeling. Ben ik de soort dokter die, weliswaar met grote tegenzin, een trein en bus gaat nemen om fysiek aanwezig te zijn? Of degene die naar huis gaat om de kat te eten te geven, mijn eigen geplande maaltijd te koken (die broccoli redt het echt niet tot morgen) en mijn wielertraining op de hometrainer te voltooien?

Het mooie aan dit vak is echter dat je niet altijd zelf het antwoord hoeft te geven. Die dag ben ik de dokter die het uiteindelijk zo druk krijgt op de afdeling, dat ik om 19.00 uur nergens anders kan zijn dan in de artsenkamer van mijn eigen ziekenhuis.