Een armeluistrip naar Londen | column

Joost Prinsen

We vertrokken van de armeluispier en kwamen aan op het armeluisvliegveld. De armeluispier is het plein op Schiphol waar alle prijsvechters als Ryanair en easyJet mogen parkeren. Ergens ver verwijderd van de rest van de beschaving.

Wie de langdurige kwelling van afgifte bagage, fouillering en paspoortcontrole achter de rug heeft, wacht een trip waarvoor je getraind moet hebben.

Ik mag er niet over klagen want vriendelijke medewerkers vervoerden ons in een soort verlengde golfkar. En ook al eerder mocht ik, kromgebogen en met wandelstok, via korte routes langs de menselijke slang die voort kronkelde tussen alle linten en hekjes. Je hebt de indruk dat het personeel op Schiphol van erg goede wil is maar dat de moloch hen boven het hoofd is gegroeid.

Onze reis ging naar Londen Stansted. Een luchthaven waar ik niet eerder van gehoord had. Maar waar KLM en andere chique maatschappijen geen landingsrechten hebben of niet willen hebben. Alleen de toffe jongens die extra geld vragen als je handbagage een centimeter te groot is, mogen daar landen: het armeluisvliegveld.

Voordeel: iedere vliegclub wordt gelijk behandeld. Nadeel: Stansted ligt zo ver van Londen dat zelfs een taxi er langer over doet dan de vliegreis. Wie met de bus wil, overstappen noodzakelijk, moet twee uur reistijd bijtellen.

Mevrouw N en ik arriveerden uiteindelijk in ons hotel hartje Londen. Na een half uurtje rust wilde zij ’de straat op’. Onder die noemer vallen bij haar alle activiteiten buitenshuis: een wandeling, een vergadering, een spreekuur van de dokter of theaterbezoek. Voor dat laatste waren we trouwens een dagje naar Londen.

We liepen naar de Westminster Bridge. Aan de overkant lag koningin Elizabeth opgebaard in Westminster Hall. De rij bezoekers was zo lang dat de politie een slang had geformeerd. Om niet de brug zelf en de weg daarachter te blokkeren werd het publiek langs de Theems geleid richting volgende brug. Daar begon de terugreis. Een merkwaardig gezicht: de rivieroevers waren het lint en de brug verderop was het hekje. Aan het begin van de rij kreeg iedere wachtende een rood armbandje, aldus een bewaker. En wie dat niet om zijn pols had kwam veertien uur later de Hall niet in. Een aardige variant op de instapkaart.

Die avond bezochten we het Young Vic Theatre waar mijn collega Hans Kesting triomfen vierde met een monoloog van anderhalf uur in het Engels. Een schitterende prestatie.

De volgende ochtend vlogen we terug. Om niet al te vroeg uit bed te moeten, hebben we maar een taxi genomen naar het vliegveld. Wat ons arme luis reisje in één klap veranderde in een soort businessclass trip.

Op Schiphol nam een werkstudent, „stapt u maar in hoor”, ons in zijn karretje mee naar de uitgang. Lieve mensen daar.